Steengroeven, steenhouwers en metselaars…
aan het werk in de Sint-Waldetrudiskerk te Herentals

Lezing door Dr. Sc. Frans Doperé
in de St.-Waldetrudiskerk op 04.09.2010

Aan de Sint-Waldetrudiskerk te Herentals werd gebouwd van de 14de eeuw tot het einde van de 15de eeuw. In het metselwerk werden twee typen van witte kalkzandsteen verwerkt, nl. de Gobertangesteen afkomstig uit de omgeving van Jodoigne in Waals-Brabant en de Ledesteen afkomstig uit de omgeving van Aalst (Affligem, Balegem, Lede). Deze tertiaire gesteenten zijn ontstaan in de zandige lagen van respectievelijk het Lutetiaan (een geologische laag die vroeger het Brusseliaan werd genoemd) en het Lediaan. In beide gevallen ontstonden aldus min of meer grote knollen kalkzandsteen, waarvan vooral de geringe hoogte bepalend is geweest voor het ontstaan van bepaalde karakteristieken van de gotische architectuur in het voormalige hertogdom Brabant. De gehouwde Gobertangesteen heeft een geringere hoogte dan de gehouwde Ledesteen. Toch heeft de over het algemeen geringe hoogte van deze kalkzandstenen ertoe geleid dat de kapitelen dienden te worden opgebouwd uit drie tot vijf lagen, dat het loofwerk op die kapitelen in twee rijen voorkomt en niet in één en dat het maaswerk van de vensters en de triforia en het blinde maaswerk steeds tegen het groefleger werd geplaatst. Omdat de steenhouwers in de steengroeven steeds zo groot mogelijke stenen trachten te houwen uit de beschikbare natuurlijke blokken was het normaal dat de bouwstenen verschillende afmetingen hadden. Het gevolg daarvan was dat de steenhouwers op stenen met dezelfde hoogte merken gingen aanbrengen. Er waren dus evenveel soorten merken als er stenen waren met verschillende hoogten. Deze merken noemt men laaghoogtemerken. Ze komen meestal voor op witte kalkzandsteen, getekend met een bruine of zwarte substantie of ook gekapt met de beitel, precies omwille van de geringe en variabele hoogte van de gehouwen stenen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de stenen van de noordelijke zuilen van het schip van de Sint-Waldetrudiskerk.

Onderzoek uitgevoerd in tientallen gebouwen (meestal kerken) opgetrokken in witte kalkzandsteen in het voormalige hertogdom Brabant heeft aangetoond dat de steenhouwtechnieken evolueerden. Praktisch kan men daardoor op kalkzandsteen drie steenhouwtechnieken onderscheiden die wij respectievelijk fase I, fase IIa en fase IIb noemen. Fase I en fase IIa vertonen beide de sporen van de steenbijl, de polka of de brede ceseel. De overgang tussen beide fasen wordt gekenmerkt door het verdwijnen van de fijne randslag van fase I en het verschijnen van de regelmatige doch ruwe randslag van fase IIa. Deze overgang gebeurde tussen 1400 en 1420. Tenslotte werd tussen 1430 en 1450 de steenbijl, de polka of de brede ceseel definitief vervangen door de beitel. Met deze dateringen is het mogelijk om onderdelen van gebouwen te dateren en ook de evolutie van de bouwwerf te volgen. Wij hebben deze methode toegepast op de Sint-Waldetrudiskerk te Herentals.

Daaruit blijkt duidelijk dat de vieringpijlers, de bogen, de toren en beide transeptarmen behoren tot fase I. Dat betekent dus dat ze ouder zijn dan 1400-1420 en dus zeer waarschijnlijk nog in de 14de eeuw werden opgetrokken.

Steeds volgens de resultaten van de steenhouwchronologie behoort het ganse koor (de koorzuilen, de scheibogen, de zijbeuken, de gewelven, het vals triforium en alle vensters) tot fase IIa, wat toelaat het koor integraal tussen 1400 en 1450 te dateren. Volgens Gramaye (1610) zijn de werken aan het koor begonnen in 1417 en werd het gewelf afgewerkt in 1449. De correlatie tussen de steenhouwchronologie en de geschreven bronnen is hier dan ook perfect.

In het schip vertonen de zuidelijke zuilen, de scheibogen en de pilasters tussen de bovenlichten eveneens de karakteristieken van fase IIa. Hetzelfde geldt eveneens voor de zuidelijke zijbeuk. Dit laat toe om de zuidelijke helft van het schip tussen 1400 en 1450 te dateren.

In de noordelijke zuilen en in het westportaal komen zowel stenen voor met de karakteristieken van fase IIa (bewerking met de steenbijl, de polka of de brede ceseel en een ruwe randslag) als van fase IIb (bewerking met de beitel). Dat betekent dat deze zuilen en het westportaal werden opgetrokken tijdens de overgangsperiode tussen beide technieken. Voor de datering betekent dat dus tussen 1430 en 1450. De noordelijke scheibogen, de pilasters tussen de bovenlichten, alle bovenlichten (noord en zuid), de noordelijke zijbeuk en alle gewelven behoren tot fase IIb (bewerking met de beitel). Deze elementen werden dus na 1430-1450 gebouwd. Het lijkt waarschijnlijk dat deze laatste gedeelten werden afgewerkt met het geld dat Jan van Bourgondië, bisschop van Kamerrijk in 1479 had ter beschikking gesteld.

De steenhouwchronologie of de studie van de bewerkingssporen die de steenhouwer op het zichtbare steenoppervlak heeft achtergelaten, laat in het geval van de Sint-Waldetrudiskerk van Herentals dus duidelijk toe om een vrij nauwkeurig beeld op te hangen van een middeleeuwse bouwwerf in evolutie.

De teksten van de andere lezingen zullen verschijnen in de volgende historisch jaarboek van de ‘Herentalse geschiedkundige Kring’.

Tentoonstelling 'Van Francken tot Fraikin'

Van donderdag 1 juli tot en met zondag 29 augustus 2010 organiseren de kerkraad Sint-Waldetrudis, de 'Herentalse Geschiedkundige Kring' en het Fraikingenootschap in samenwerking met de stad Herentals de tentoonstelling 'Van Francken tot Fraikin'.

De tentoonstelling in de Sint-Waldetrudiskerk is geopend van woensdag tot en met zondag telkens van 14 tot 17 uur.

Deze documentaire tentoonstelling belicht niet alleen het werk van de Franckens en Fraikin, maar het volledig kunsthistorisch patrimonium van de Bovenkerk. Ook een selectie uit de kerkschat wordt voor het eerst sinds 25 jaar geëxposeerd. Een uitgelezen moment om eens stil te staan bij de vele kunstwerken.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling schreef dr. Natasja Peeters: 'De Franckens in Herentals', een brochure met blijvende waarde, waarin alle schilderijen van de Franckens in de Sint-Waldetrusikerk zijn afgebeeld.

In het kader van deze tentoonstelling worden ook een aantal lezingen georganiseerd:

  • Dr. Bart Fransen: 'De blik naar boven, Rogier van der Weyden en de bouwsculpturen in de Sint-Waldetrudiskerk' op donderdag 10 juni om 20 uur.
  • De uitmuntende bouwsculptuur in de Sint-Waldetrudiskerk is nooit eerder bestudeerd. Uit recent onderzoek blijkt die nochtans een belangrijke getuigenis van de uitwisseling van modellen tussen schilders, beeldhouwers en bouwmeesters in de 15de-eeuwe Brabant. Niemand minder dan Rogier van der Weyden lijkt aan de oorsprong te liggen van de indrukwekkende sluitstenen met de kerkvaders. Bovendien is het opmerkelijk dat er tussen de architect van de Herentalse kerk, Gillis van den Bossche, alias Joes en Rogier van der Weyden zeer goede contacten waren. Ter vergelijking met de bouwsculptuur in Herentals worden in de lezing nog andere projecten belicht waarbij beide meesters samen zijn opgetreden, waaronder de Sint-Goedelekerk in Brussel en de Scheutkapel in Anderlecht.

    Bart Fransen behaalde in 2009 de doctorstitel in de kunstwetenschappen aan de KULeuven met een studie over de steensculptuur in Brussel ten tijde van Rogier van der Weyden. In het kader van zijn studie van de schilderkunst van de 15de eeuw in onze gewesten was hij enige tijd verbonden aan het Museo del Prado in Madrid en aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel. Thans is hij actief in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel. Hij werkte ook mee aan de research voor de tentoonstelling Rogier van der Weyden in het nieuwe museum M te Leuven.

  • Dr. Ria De Boodt: 'Kwaliteit uit Brussel. Het retabel van Sint-Crispinus en Sint-Crispianus te Herentals. Een werk uit het Bormanatelier' op zaterdag 19 juni om 15 uur.
  • Deze lezing bevat een vergelijkende studie tussen de drie bekende retabels uit het Brusselse beeldsnijdersatelier van vader Jan Borman en zonen Passchier en Jan. Daarnaast wordt dit atelier gesitueerd in de context van de Brabantse beeldsnijkunst van omstreeks 1500, zowel aan de hand van archiefmateriaal als door kwaliteitsvergelijking met beeldsnijwerk van andere (anonieme) meesters.

    Ria De Boodt werd in 2004 doctor in de kunstwetenschappen aan de VUB met een thesis over de Antwerpse retabelproductie in de zestiende eeuw. Zij publiceerde verscheidene belangrijke studies over de Vlaamse retabels in binnen- en buitenland. Ze is als gastdocente kunstgeschiedenis verbonden aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Hogeschool Gent, aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Artesis Hogeschool Antwerpen.

  • Dr. Natasja Peeters: 'De Franckens, in het bijzonder hun werk in de Herentalse Sint-Waldetrudiskerk', op woensdag 30 juni om 20 uur bij de opening van de tentoonstelling.
  • Natasja Peeters behaalde in 2000 de doctorstitel aan de VUB met een uitgebreide studie over de bijdrage van Frans en Ambrosius Francken I en de jonge generatie Francken tot de historische schilderkunst te Antwerpen ca. 1570-1620. Zij publiceerde tal van bijdragen over oude schilderkunst, meer bepaald over Antwerpse schilders in de tweede helft van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. Zij heeft daarbij bijzondere aandacht voor het sociale en economische kader waarin deze kunst tot stand kwam. Zij was verbonden aan de universiteit Groningen en aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel. Sinds 2006 is zij beheerder van de kunstcollecties van het Koninklijk Legermuseum te Brussel en gastdocente aan de VUB.

    Naar aanleiding van de tentoonstelling schreef zij het werk 'De Franckens in Herentals', een brochure met blijvende waarde, waarin alle schilderijen van de Franckens in de Herentalse Sint-Waldetrudiskerk zijn afgebeeld.

  • Lic. Frank Tubex: 'Het gedenkteken Van Heteren en de funeraire sculpturen van Charles Auguste Fraikin' op woensdag 30 juni om 20 uur bij de opening van de tentoonstelling.
  • De in 1817 in Herentals geboren beeldhouwer Charles – Auguste Fraikin is één van de meest gerenommeerde kunstenaars van de negentiende eeuw. Hij bouwde zijn artistieke carrière uit in Brussel, maar schonk in 1890 - enkele jaren voor zijn overlijden in 1893 – het grootste deel van zijn gipsen modellen aan de stad Herentals. In mei 1893 werd in Herentals het Fraikinmuseum plechtig geopend. Voor Herentals ontwikkelde hij het grafmonument van Marie-Thérèse Van Heteren, het enige authentieke monument dat tijdens zijn leven vanuit Herentals werd besteld.

    Frank Tubex, romanist en leraar aan het Sint-Jozefscollege te Herentals, behaalde een licentiaatstitel in de kunstwetenschappen met een studie over de beeldhouwer Charles-Augsuste Fraikin en bereidt ook een boek voor over deze kunstenaar.

  • Dr.Sc. Frans Dopéré: 'Bouwmaterialen, stedenbouwtechnieken, steenwerken en datering van de bouwfases in de Sint-Waldetrudiskerk' op zaterdag 4 september om 15 uur.
  • Dr. Sc. Frans Doperé is gespecialiseerd in de studie van middeleeuwse bouwwerven. De bedoeling is om inzicht te verwerven in de planning, de organisatie en de evolutie van de werf van een kerk, een abdij of kasteel uit de periode gaande van de 10de tot de 16de eeuw. Door de gedetailleerde studie van steenhouwtechnieken in goed bewaarde gebouwen te confronteren met bekende data kon hij over de meeste steensoorten die op het huidige Belgische grondgebied in het bouwhistorisch patrimonium werden verwerkt, een chronologische evolutie van de steenhouwtechnieken vastleggen. Door analyse van de steenhouwtechnieken in gebouwen waarvan de bouwdata slecht gekend zijn kan hij dan ook, binnen zekere grenzen, dateringen voorstellen. Voor gebouwen opgetrokken in witte kalkzandsteen situeren de overgangen tussen de verschillende technieken zich allemaal in de 15de eeuw.

    Tijdens de lezing-wandelvoordracht op 4 september zal Frans Doperé de verschillende steenhouwtechnieken tonen en uitleggen en ook de overeenkomstige werktuigen tonen. Tijdens de wandeling in de Sint-Waldetrudiskerk zal hij op verschillende plaatsen in de kerk de steenhouwtechnieken en de talrijke steenmerken tonen en uitleggen, waarbij hij geleidelijk aan de bouwwerf van de Sint-Waldetrudiskerk in de middeleeuwen zal reconstrueren.

De toegang tot de tentoonstelling en de lezingen is kosteloos.

Leven en werk van Charles Auguste Fraikin

Op dinsdag 30 maart 2010 om 20 uur geeft Frank Tubex, lic. kunst­weten­schappen en bestuurslid van het Fraikingenootschap in de St.-Waldetrudiskerk te Herentals een lezing over Charles Auguste Fraikin.

Tentoonstelling Fraikin

Van zaterdag 13 maart tot en met zondag 11 april 2010 organiseert de 'vzw Ter Vesten' in samenwerking met de 'Herentalse Geschiedkundige Kring' en het 'Fraikingenoootschap' in het kasteel Le Paige, Nederrij 135 te Herentals een tentoonstelling over het werk van de beeldhouwer Charles Auguste Fraikin.

De beeldhouwer Charles Auguste Fraikin (1817-1893) is een van de belangrijkste kunstenaars die Herentals de afgelopen eeuwen kende. Zijn beelden prijken o.a. op de gevel van het Brusselse stadhuis, op diverse plaatsen in Brussel, in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel, in de senaat, in de St.-Pieter en Pauluskerk te Oostende, in Namur en in de St.-Waldetrudiskerk in Herentals.

In april 1890 schonk C.A. Fraikin het grootste deel van zijn gipsen modellen aan zijn geboortestad Herentals.

In het kader van deze tentoonstelling houdt Frank Tubex, licentiaat Kunstwetenschappen en bestuurder van het Fraikingenootschap op dinsdag 30 maart 2010 om 20uur in kasteel Le Paige een lezing over het leven en werk van beeldhouwer Charles Auguste Fraikin.

Voorstelling Fraikingenootschap

Op donderdag 1 oktober werd het ‘Frakingenootschap’ officieel voorgesteld in kasteel Le Paige in Herentals, in aanwezigheid van de schepenen Ingrid Ryken (Cutuur) en Jos Schellens (Monumentenzorg – Gemeentelijk patrimonium).

Het genootschap werd opgericht om de nalatenschap van Charles Auguste Fraikin voor het nageslacht te bewaren.

De raad van bestuur van het Fraikingenootschap poseert achter het beeld ‘Gesluierde Dame’ van C.A.F. Fraikin. Staande: (v.l.n.r. ) Yves Herman – Paul Snoeys (secretaris & penningmeester) – Frank Tubex – Jan-M. Goris – Jan Cools (ondervoorzitter). Zittend: (v.l.n.r.) schepen Ingrid Ryken – Marc J.A. Neefs (voorzitter) – schepen Jos Schellens. Bestuurslid Hugo Verhagen ontbreekt op de foto.
(Foto Anny Verwimp)

Volgens Frank Tubex - bestuurslid van het Fraikingenootschap en licentiaat kunstwetenschappen - is de stad in het verleden ernstig in gebreke gebleven en trad zij ook achteloos en respectloos op met het legaat en moet er dringend worden ingegrepen.

Cultuurschepen Ingrid Ryken was blij met de oprichting van het genootschap en hoopt dat dit een eerste aanzet mag zijn tot het behoud van het oeuvre van Fraikin.

Schepen Jos Schellens ziet goede mogelijkheden om de beelden van Fraikin terug te brengen naar de zolder van de Lakenhal als die is gerestaureerd.

Marc J.A. Neefs
Voorzitter